Meditatie

Op de zitmat

  verzonken

in de adem van

Al-tijd

passeren velen in het Hart

en ook de lijstjes voor de bakker en C1000

dan is er weer de tijd

en buigen

voor het leven.

Oude kijk in ’t Jatstraat

Gisteren ging ik schilderspullen kopen in Groningen. Toen ik nog twee dagen per week aan de Klassieke Academie voor schilderkunst studeerde, logeerde ik wekelijks een nachtje op de Grote Markt in een hotel bij de ‘Drie Gezusters’. Daardoor is Groningen wel een beetje ‘mijn stad’ geworden.

In de Oude Kijk in het Jatstraat op het plein voor het universiteitsgebouw, staat een standbeeld van Alletta Jacobs. Vorig jaar heb ik daar, zittend op een bankje, haar borstbeeld geschetst.

Wat mij zo verbaasde terwijl ik er dit keer langs liep, was dat er aan de voet van het beeld verse bloemen lagen. Ik vroeg mij af wat daarvoor de aanleiding zou kunnen zijn. Ze is op 9 februari in 1854 geboren in Sappemeer. Nee, de bloemen waren te vers, ze konden niet meer voor haar verjaardag zijn. En vandaag ineens wist ik het. Het was Valentijnsdag geweest. Een dag waarop geliefden elkaar extra aandacht geven. Daar waren de bloemen voor gelegd. Mooi dat er meerdere mensen waren die aan haar en aan wat zij bereikte, gedacht hebben.

Mysogenie, vrouwenhaat, is van alle tijden. Ik had mij eerlijk gezegd nooit verdiept in wat verdiensten van Alletta Jacobs waren. Alletta ging als eerste vrouw ooit aan de universiteit studeren. Thorbecke moest er nog aan te pas komen voor goedkeuring. Zij vocht voor invoering van het vrouwenkiesrecht (1919). Op 27 september 1919 werd zij feestelijk gehuldigd en hield zij in het Concertgebouw een speech om het actieve vrouwenkiesrecht te vieren. Deze speech komt op de tweede plaats in de verkiezing van de “Beste Nederlandse speech aller tijden”. Een historische zin uit deze speech is:

“Vrees niet de vrouw der toekomst, Broeder!”

Ik hoorde vanmorgen van een vriendin die net terug is uit India en Dubai, hoe in een mooi hotel van een internationale keten, volledig gesluierde vrouwen dineren. Namelijk via een spleet in het stukje gaas dat een klein stukje opgetild kan worden. Het voedsel kan door die spleet naar de mond geschoven worden, zonder dat iemand ook maar iets vrouwelijks hoeft te aanschouwen. De woorden uit 1919 van Alletta Jacobs:” Vrees niet de vrouw der toekomst, Broeder!” zijn in deze context schril en volkomen ontoereikend. Toch hoop ik zo dat deze woorden ook op wereldwijd niveau, visionair zullen zijn.

De vrouw der toekomst… vrees niet…? Broeder…?

Dit portret werd geschilderd door Isaac Israëls

 

 

 

carnaval, het komt er aan

 

Even iets heel anders

Ooit, lang,  heel lang geleden vierde ik één keer in mijn leven een paar dagen carnaval in Oeteldonk. Wat ik me daarvan herinner is hossen met heel, veel mensen en heel hard zingen op dreunende muziek.  Verder was het toen ijzige koud, had ik een veel te dunne, blauwe boerenkiel met een rode zakdoek en sliep ik ergens zomaar op de grond in een vreemde huiskamer. Het liep tenslotte af met een enorme verkoudheid en een stem waarmee ik dagen lang slechts kon fluisteren. Hoewel het allemaal best leuk was, dat geloof ik echt;  heb ik hierna nooit meer een sprankje verlangen gehad om carnaval te vieren. Maar ik was dan ook niet opgegroeid in het zuiden.

Mijn nicht en petekind, Suzanne, zij is wel van het zuiden. Zij schreef grotendeels de tekst van de carnavalskraker 2017 en mijn aangetrouwde nicht Marlou, de donkere helft van de Dorini’s zingt : “de nonnen uit het zuiden”.

Kijk!

En lach, dans of hos gerust even mee voor het scherm waarop dit aan je voorbijtrekt.

 

En nog een dingetje. Het is belangrijk om even op ze te stemmen zodat ze wéér de nummer 1 worden in Brabant. Echt doen hoor!!!

http://www.omroepbrabant.nl/kiesjekraker

 

 

Dementie en het verlies van alles

De advertentie waarin honderden artsen bezwaar maakten tegen euthanasie bij dementerenden was afgelopen week een belangrijk moment in het maatschappelijk debat over dementeren en sterven. Het manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers was een ander belangrijk moment in het alarm over “het verlies van alles”. Het resultaat van dit manifest mag er zijn, want alle politieke partijen doen beloften voor de ouderenzorg. Pauline Terreehorst met twintig jaar ervaring in zorgen voor dementerende ouders schrijft in de NRC: ” een eind maken aan zo’n bestaan vereist moed, van iedereen die erbij betrokken is. Dan hebben al die horrorverhalen over dementie van radeloze omstanders tenminste enige zin. Dat het erg is, weten we nu wel.”

“Old age is not for sissies.”

Ja, het is erg, écht heel erg. Maar hoe erg, is erg?

Mijn moeder had Alzheimer, was 15 jaar onderweg met het verliezen van alles. En natuurlijk moest ik haar redden, al haar verlies was ook mijn verlies. Radeloos was ik soms. Maar er was ook troost, zachtheid en nabijheid in dit verliezen van alles. Goede zorg en kleinschalige  wonen. Medebewoners en hun families in eenzelfde hopeloosheid, waren door deze gelijkheid van omstandigheden vaak een troost. Zachtheid was er ook; want iedereen daar, was tegelijk alleen en niet alleen. En soms gebeurden er dingen die niet goed waren. Ook dat is zo. Meer verzorgenden is absolute noodzaak. Maar de moed om een eind te maken aan zo’n bestaan?  Die was er niet en die moed was gelukkig ook niet nodig.

                                                             Old age is not for sissies

‘ik weet het niet meer’

zei ze telkens

honderd

en

duizend keer.

In het weten

dat dit

‘ik weet het niet meer’

steeds geweten wordt

al

die honderdduizend keer

is

grote troost

en

genade

voor alles

en

voor iedereen.

 

 

Als het verlies van alles je bezig houdt, dan is er de onderstaande link naar dit thema in de Correspondent. Zelf vind ik vooral het beeldverhaal, ontroerend en treffend.

https://decorrespondent.nl/6058/ik-was-een-dag-bij-me

Zo hard als je kunt

Ren jij                                       

dan ren             

ik ook.

O, wacht,

ik zal je krijgen

 

 

Maar niet heus.

Ik vlieg voorbij

vlak onder je neus,

sneller

dan mijn staart     

kan kwispelen.

 

Ren jij                           

dan ren

ik ook.

In alle vroegte op naar chemo 4

Al om half acht op deze winterse morgen moesten we voor chemo 4 naar het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen. Terwijl de auto warm draaide, ijs en sneeuw van de ramen smolt, werden ook de vogels gevoerd. De tientallen mussen en mezen, de eksters, kraaien en duiven, waren nog nergens te bekennen. Het was te donker. We gingen op weg, het eerste stukje was als een ijsbaan. Maar op de grote weg was gestrooid. Er werd vol vertrouwen met bijna gewone snelheid over het zwart glinsterende asfalt gereden. Behaagelijk zittend op onze verwarmde stoelen reden we door het stille, witte landschap.  “Ben je zenuwachtig”; vroeg ik. Zo begon een dankbaar gesprek over hoe goed alles georganiseerd is. Van gestrooide wegen, tot een maximale, medische behandeling, door lieve, begane, o, zo, professionele verpleegkundigen. “Nee, ik ben niet zenuwachtig”. was het antwoord. “Het is mooi zoals de behandeling toch nog weer aanslaat. Wat wil je nog meer? Straks als het lente wordt, is alles achter de rug. En wie weet hoe lang ik dan toch nog weer door mag.”

De keizer aller ziektes zit dan wel op de troon. Maar voorlopig heeft hij het niet voor het zeggen, is hij onder controle.

Siddhartha Mukherjee schreef  een indrukwekkend relaas over kanker, waar mensen al meer dan vijfduizend jaar mee leven en aan sterven. Het is aangrijpend en spannend om te lezen hoe er gezocht is naar genezing. Met hoeveel moed er geëxperimenteerd (en geblunderd) is en wordt, om het ziek zijn te controleren, te verlichten, maar veel liever nog te genezen. Een van de grootste lessen in het boek gaat over samenwerken. Want pas toen onderzoekers en behandelaars doelgericht in grote openheid samen gingen werken werden echte resultaten in behandeling en zelfs genezing bereikt. Die succesvolle samenwerking werd gestructureerd op internationaal niveau. President Nixon maakte in 1970 enorme bedragen vrij voor strategisch kankeronderzoek en bestrijding. Hij tekende in 1971 in het Witte Huis de – National Cancer act –  valt te lezen. Hij deed het snel en zwierig. Het wetsvoorstel wilde velen tevreden stellen, raakte omstreden. Maar toch, in alle hoeken van de wereld werden echte resultaten geboekt.

Ik ben veertig jaar later zeer onder de indruk van de huidige verfijning in diagnostiek en behandeling. Ik weet nog heel goed hoe ziek mensen van kanker waren in de zestiger, zeventiger jaren, en hoe hopeloos dat meestal was. Het woord kanker was zelfs lange tijd taboe, men sprak toen liever over: ‘K’.

En natuurlijk zijn mensen ook nu vaak nog heel ziek, maar toch, het is minder hopeloos, omdat de behandelingen zoveel meer uitgebreid en verfijnd zijn geworden. Er valt mee te leven.

De nuchtere opmerking die hierbij dan tenslotte nog gemaakt moet worden is: ‘ ja, er valt mee te leven, … het zal wel moeten.’

 

 

Downton Abbey in Oosterbeek

1950-1955.  Wij woonden nog maar kort in een nieuwgebouwde twee onder één kap woning, niet ver van de uiterwaarden aan de Rijn. Er was vanuit de kleine woonkamer een prachtig zicht op de Rijn en de spoorbrug  tussen Arnhem en Nijmegen. Wij waren met z’n viertjes, mijn moeder, vader en mijn twee broertjes. Ik was de oudste en enig meisje. Het jongste, derde broertje was nog niet geboren. Het leven stond in een streng teken van rust, reinheid, regelmaat en ontzettend goed je best doen. Op straat speelden we kastie met kinderen uit de buurt en andere spelletjes in ruïnes van huizen die nog niet herbouwd waren. Op gezette tijden kwam tante Marie  uit Wehl op bezoek. Mijn vader haalde haar van de trein in Arnhem. Autorijden vond ik prachtig en hoewel ik bijna altijd wagenziek werd, mocht ik toch mee.

Tante Marie was een fenomeen. Ongetrouwd en oud. Ze droeg enorme hoeden, maar het meest indrukwekkend was wel haar cape van apenbont. Ik kon mijn ogen en handen er niet vanaf houden. Mijn kennis van haar levensgeschiedenis is brokkelig. Ze was een zus, ik denk, half zus, van mijn opa.  Zij was lange tijd in Engeland en Zwitserland, bij aristocratische families. Waarschijnlijk moest er een schuld ingelost worden. Er werd wel eens een baron van Pallandt genoemd in dit verband. Maar het fijne weet ik er niet van. Er is helaas ook niemand meer die ik hier nog naar vragen kan. Wat ik me goed herinner is dat zij altijd als kokkin en gezelschapsdame gewerkt heeft.

Kijkend naar Downton Abbey, stal vooral Beryl Patmore,  de drukdoende kokkin in de keuken, mijn hart. Tante Marie was ook zo klein, gedrongen, goedhartig en daadkrachtig.

Mijn tante Marie ging in 1924 voor het eerst naar Engeland. Haar moeder, mijn overgrootmoeder, gaf haar dit beeld van de heilige Theresia mee. Ik denk dat het een boodschap was recht uit het hart van mijn overgrootmoeder. Ik vermoed dat zij daar lang over had nagedacht. Onder de voet van het beeld staat in getypte tekst geplakt dat Mary  (!) dit beeld  meekreeg van haar moeder op 10-10-1924. In de voet van het beeld zit een relikwie van de heilige Theresia van Lisieux.

Deze Theresia heeft op mijn kast de mooiste plaats, pas daarnaast komen Boedha, Ganesha, Durga en Shiva. Tante Marie had geen rolkoffer toen Theresia in haar bagage meereisde. Dat moet nog flink sjouwen geweest zijn.

Met Boedha, Ganesha, Durga en Shiva ging het vijftig jaar later in de rolkoffer waarschijnlijk heel wat gemakkelijker. Zij rolden aan een pink met mij mee.

 

 

 

 

 

 

 

 

Geen sporen achterlaten

In Wapserveen bevindt zich het Internationaal Zen Centrum de Noorder Poort. Ik kom er graag  en steeds vaker om in de moestuin te werken. Dit laatste is sinds ik verhuisde naar Havelte. Tijdens een meditatieweek in de zomer schilderde ik de Noorder Poort moestuin in olieverf .

Er is een landschapskring die de ontwikkeling  van het 10 hectare grote terrein begeleidt. Vorige week was ik in een vergadering van de klankbordgroep. Composteren was het onderwerp dat gedegen was voorbereid en uitgezocht. Uitgangspunt, de algemene doelstelling is:

“Leaving no traces”, en als er dan toch voetstappen achterblijven, dan moet het een ecologisch, zo klein mogelijke voetstap zijn. 

Na de vergadering nog nagenietend van de deskundigheid en de efficiënte aanpak, stapte ik op weg naar huis nog even uit bij de Havelterberg. Het was vrijdag, grijs, regenachtig en februari.

Ik wandelde langs de Hunebedden een rondje over de Havelterberg. En steeds weer kom ik dan onder de indruk van de wél zichtbare sporen die daar nóg altijd zijn. 

Op het bord met educatieve aanwijzingen valt te lezen dat in 1942 werd begonnen met het aanleggen van een Duits vliegveld op 600 hectare heidegrond.

Op 24 maart 1945 werd het gebied door de Geallieerden gebombardeerd. Er vielen 2000 bommen. Nog altijd zijn er veel kraters in het landschap. Op mijn wandelingen telde ik er tot nu toe tenminste twintig, maar met dit tellen ben ik intussen opgehouden. Op mooie dagen is het hier heel druk met wandelaars, mountainbikes, gewone fietsers, honden, paarden en bij het Theehuis is geen parkeerplaats meer te vinden. Op de enorme stenen van de Hunebedden worden dan altijd wel spelende kinderen gefotografeerd en gefilmd. De aanblik van dezelfde plek is dan bijna feestelijk, surrealistisch.

Behoorlijk nat geworden stap ik weer in mijn auto. Op de hele berg kwam ik niemand tegen.  Onderweg naar huis komt er één zinnetje steeds weer terug in mijn gedachten: Leaving no traces…. 

Leaving no traces… 

Voor informatie over de Noorder Poort: http://zenleven.nl

 

 

genade

een spitsmuisje

viel over de rand

van een zwembad,

zwom voor haar leven.

 

wist ze

van de hand die haar terugzette

op de rand,

van de genade  die ze kreeg?