Maandelijks archief: maart 2017

Homo Deus

Al grazend in de vergezichten van Homo Deus bevangt mij een aangenaam soort duizeligheid. Homo Deus, een actueel, spraakmakend boek over de Godmens met Supervermogens. Big history, maar dan over de toekomst door Yuval Nuah Harari*. Hij beschrijft hoe de mensheid op weg is naar de Goddelijke Superstatus. Wij gaan via wereldoorlogen, wereldreligies, naar nieuwe vrede, genetische modificatie en mondiale dataverwerkingssystemen. Nano robotjes in onze bloedbaan ruimen verkeerde cellen op. Ons organisch lichaam wordt op den duur verrijkt met anorganische toevoegingen als bionische handen, knieën, ogen. Steeds belangrijker als je boven de zeventig bent. Mijn duizeligheid slaat om in een vreemd soort gretigheid. Een cyborgchirurg in Tokio, die vanuit haar werkkamer iemand kan opereren in een ruimtestation op Mars. Dit megalomane kijken in een zo schone toekomst, dat bevalt mij wel. Het bevalt me vele malen beter dan, het machteloos meekijken in beelden van chaotisch geweld, honger, droogte en smeltende ijskappen. Harari schrijft ook over geluk. In het hoofdstuk : ‘Het recht op geluk’, reduceert hij geluk tot uitsluitend; het hebben van aangename sensaties in ons eigen lichaam. Recht op geluk bestaat dat wel?  ‘ Woede bijvoorbeeld, volgens Harari, wordt ervaren als een verhit, gespannen gevoel in het lichaam en dat maakt het zo vervelend.’     Ja, dat ken ik. Het is, dat vind ik ook, inderdaad; heel vervelend. Hij schrijft: ‘ We reageren nooit op gebeurtenissen in de buitenwereld, maar alleen op sensaties in ons eigen lichaam.’ En hier denk ik dan; deus, deus, deus, dit gaat veel te ver. Want hoezo?  Is er eigenlijk wel een buitenwereld en waar is die dan? Als ik er niet ben, dan is er zeker toch ook geen buitenwereld?  Nisargadatta** zei heel vaak: “de wereld is in jou, jij bent niet in de wereld” en ook shocking:” jij bent niet je lichaam”. Een tuimeling in het non-duale.  Het aangename duizelen van daarnet kwam heel even terug, maar is intussen  overgaan in een zachte weldadigheid. Hoor ik daar nu heel in de verte, zingen? Homo, Homo, Deus, o , o…..o

* Yuval Noah Harari doceert geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Homo Deus Een kleine geschiedenis van de toekomst. Uitgegeven 2017 Thomas Rap.

** Nisargadatta 1897 – 1981 spiritueel leraar te Bombay. Gesprekken over non dualiteit zijn opgetekend en vertaald  in het boek; Ik ben/Zijn.

*** Foto van beeldje van dansende Ganesha, op de hoek van het bureau. Ganesha is een van de meest geliefde Hindoe Goden: ‘the remover of obstacles’

 

Een fijne dag in grote vrijheid

Bij de kassa van het Vlinderparadijs op het Holtingerveld zat een oude mevrouw met ernstige beperkingen. Het kontante entreegeld kon ze niet aanpakken. Ik moest mij over een toonbank buigen om het geld in haar handen te leggen, dichtbij het kistje waarin het opgeborgen werd. Zij fluisterde mij bijna onhoorbaar, een fijne dag toe. In het eigenlijke paradijs was het 27 graden en vredig stil. Er waren de prachtigste, exotische vlinders. Heel grote, wit gevlekten die al zwevend, voortdurend aanduwden tegen het met daglicht doorschenen, glazen plafond. Twee grote  bruine vlinders zaten doodstil, lange tijd op een terracotta voerbakje, dicht tegen elkaar. Ik zat op een bankje na te denken, tussen de weelderige, tropische planten.  Gisteren was de dag van de verkiezingen. In het dorpshuis van Havelte stond zelfs een kleine rij te wachten bij het stembureau. Het rode potlood was terug, samen met de stembus en zoals bij alle verkiezingen, voornamelijk gepensioneerde mannen achter doorleefde vergadertafels. Iedereen die met het extra, lange stembiljet richting de hokjes ging, kreeg uitdrukkelijk, een fijne dag toe gewenst. De verkiezingsdag voltrok zich, volledig buiten het digitale weefsel, waarvan wij intussen onlosmakelijk deel maken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken wist met handmatig stemmen de verkiezingen veilig te stellen en het gevaar van hacken te voorkomen. Ik voelde een vage mengeling van ernst, beetje trots en lichte vrolijkheid. Als kiezer deed ik er toch maar mooi wél, heel eventjes toe; kon ik een beetje duwen, gaf een krasje op het glazen plafond. Wat bezweet liep ik het Vlinderparadijs uit; op weg in een fijne dag van grote vrijheid, zonder hacken.

 

 

 

 

 

 

Even naast je zitten

Dit is een boodschap uit Noord India: “Eindelijk wifi. Hier zit ik nu.” Dit is de boodschap terug uit Nederland: “Wil wel graag even fysiek naast je zitten. Maar al wifiënd, is het ook al heel wat”.

Hier zit ik nu. Het ruist en suist overal. Een zachte, eindeloze gons met soms heel harde dreunen.

Waar blijf je dan als je er niet meer bent? Of was je er eigenlijk  toch al nooit? Hoe ziet het eruit in die enorme ruimte waar het kleinste deeltje dat ik denk te zijn, eenvoudigweg opgaat in alles vullende onzichtbaarheid.

In een oogwenk verdwenen oude keizerrijken aan het begin van de vorige eeuw, het rusische, het duitse, het oostenrijkse. Het turkse sultanaat en koninkrijken; het griekse en het spaanse koninkrijk, dat intussen al weer terug is. Het breken, wankelen en groeien van dictaturen. En onze huidige democratieën lijken plots wel heel erg oud. Oververmoeid door het zuchtend, kreunen van menselijke onvrede die onoplosbaar lijkt.

Ik wil wel graag even naast je zitten in wifi of fysiek. Zorg delen over toonhoogten in het dagelijks gesprek over niets en over alles. Goed luisteren, goed kijken en goed doen, zodat ontoereikendheid voor één moment wordt opgelost, in grote vrede.

Morgen zijn de verkiezingen, waar heel veel vanaf hangt. Wil je wel even naast mij zitten?

 

Betoverend

Vanmorgen wandelde ik bij Ruinen het bos in op weg naar de hei. Het bos was nat en stil. Het weer was grijs. Er liep verder niemand op de modderige paden. De honden weten precies de weg en kiezen langs modderpoelen steeds de beste route. Ik hoef er alleen maar achteraan te lopen. Er staat veel sterre mos. Elke wandeling pluk ik 1 stengeltje met bovenop 1 sterretje dat geurt zoals het hele bos. We liepen over de lange, smalle brug die een jaar of wat geleden werd aangelegd, om doorgang met droge voeten te kunnen houden. Het bos is nu een overloopgebied geworden en staat in de wintermaanden meestal voor een groot gedeelte onder water. Gogo de dwergteckel stapte eens, toen ze nog maar een maand of drie oud was, pardoes van de brug af  het donkere water in. Ik kon haar daar met geen mogelijkheid uit tillen, het was te diep. Dus ze moest zwemmen en dat deed ze; als een razende peddelde ze met haar kleine pootjes naar de kant, naar het einde van de brug. Ze schudde zich en trippelde verder, alsof er niets gebeurd was, terwijl het ook nog heel koud was. Het overlopende water dat vanaf de hei, uiteindelijk naar Meppel stroomt, is volledig gereguleerd met kleine sluisjes die nauwelijks opvallen. Intussen regent het al weken en het was dan ook wel een beetje vreemd, dat het hele reservebekken droog stond. Ik miste het zwarte en de weerspiegeling van het bos. Thuisgekomen lees ik in de Verzamelde verzen van J.H Leopold (1886-1925). Lyrisch, uit een andere tijd, zingt zijn taal; over bossen, planten, regen, het bitterzeere, vroeggegriefden, stilte, grootte witte wolken en nog veel meer:

“De regen trilt

over het spiegelen, spiegelen; tilt

hij nu niet zijn kabbelvoetjes

in babbelgroetjes

weg over het water, dat lage mild

neergelegene, een vloer, die blank

te voeten ligt in een koningszaal”

En zo gaat verder, bladzijde na bladzijde.

 

 

Een zwemmend bos, als een koningszaal met een drogevoeten brug.  Betoverend is het; dat bos en de gedichten van Leopold. De ‘babbelgroetjes’ vind ik trouwens op de een of andere manier weer heel erg van deze tijd.

 

India for ever

Een levende spiritualiteit wortelt tot in de haarvaten van de Indiase samenleving en trekt al jaren lang, duizenden en duizenden mensen van uit de hele wereld. In de winter van 1968 trokken de Beatles naar Rishikesh in Noord India. Zij verbleven in een ashram aan de Ganges, in de uitlopers van de Himalayas. Volgden Maharishi Yogi’s lezingen en trainden in transcendente meditatie. In ongeveer dezelfde tijd kwam de ashram van Osho, toen nog Bhagwan Shree Rajneesh, in Poona tot volle bloei. De ashram en de lectures van Bhagwan inspireerden velen en ook mij. Op het ogenblik, altijd in de wintermaanden, verblijven weer vrienden en bekenden in LaxmanJhula, dicht bij Rishikesh. Zelf kan ik daar door kwetsbare gezondheid niet meer naar toe. Maar met enige weemoed denk ik terug aan de periodes die ik in India verbleef.  Het geabsorbeerd worden, of je wil of niet, in het volstrekt andere; dat is verblijven  in India. De schoonheid, zelfs van viezigheid, de kleuren, geuren, smaken, geluiden, het krioelen van mensen en dieren, verlaat je nooit meer helemaal. Nu zijn er weer honderden en honderden mensen, vaak nog heel jong , uit heel Europa, Brasilie, Australië. Zij bezoeken de satsangs van ShantiMayi, Mooji, PremBaba. Het woord satsang komt uit het Sanskriet: Sat is waarheid en Sanga gemeenschap. Satsang betekent: “samen zijn in waarheid”. Al vele jaren komen mensen bijeen om uitdrukking te geven aan hun diepste verlangen: vrede te vinden in zichzelf.  Dat diepe verlangen laaft zich en vult zich met wijsheid, devotie en liefde. De ashram waar ShantiMayi jaarlijks een aantal maanden verblijft is een traditioneel Vedische ashram. De Westerlingen verblijven in hotels in het dorp en de Indiërs wonen in de ashram. Zij mengen niet of nauwelijks met elkaar. Hans Maharajji, de guru en stichter van Sacha Dam is in 2011 overleden. Over zijn opvolging vanuit de Indiase lijn wordt nog steeds gestreden heb ik begrepen. Dit speelt zich af op het niveau van ashram politiek en heeft niets met Premier Narendra Modi’s politiek van ‘India First’ te maken. (blog van 2maart) Hoewel vrees ik, het ‘First principe’ ook in de strijd in de ashram een belangrijk element is.

Over het diepe verlangen naar vrede, dat zich laaft en vult met wijsheid, devotie en liefde, is het lastig schrijven. Woorden die je  hoort of leest, benaderen en echoën wat vrede, wijsheid, devotie en liefde is en dat is al heel wat. De beeldmetafoor hierboven: nog een echo van wat niet uit te beelden is. Het is het grootste schilderij dat ik tot nu toe maakte: twee meter breed en een meter hoog.

India for ever: je moet er plaats voor hebben of plaats voor willen maken en het is niet te koop.