Maandelijks archief: juni 2017

Gebeuren

terwijl het vuur

oplaait

aan de andere kant van de wereld

voer ik mijn strijd

voor het behoud

van de laatste strijdlust

in mijzelf

 

geen vlieg

is er te zien

in de kale kamers

van de vrede

 

zo voltrekt zich alles

overal

terwijl niemand zeker is

van het gebeuren

 

Tsjêbbe Hettinga

1949-2013 uit de bundel: Het vaderpaard

Hij is een Friese dichter. Een van de grootsten van de lage landen. ‘Zijn lyriek is een windhoos, een onstuimig lied vol liefde, landschap en hunkering” aldus David Van Reybrouck

Teckel college

Na de verhuizing moeten wij nog steeds wennen aan de nieuwe woonomgeving. Ook voor de teckels, Paramita en Gogo, is de wereld ingrijpend veranderd. Inplaats van in het bos, wonen wij nu, direct naast heel aardige buren. Zij schoffelen, zingend, de tuin. Stappen fluitend in de auto, om daarna met een plof de deur toe te slaan. Of, ze staan gezellig met een fiets aan de hand, een poosje te praten op straat, niet ver van onze voordeur. Allemaal aanleidingen voor uitzinnige blafpartijen die nauwelijks tot bedaren zijn te brengen. Gogo is bovendien begonnen met het bijten van binnenkomend bezoek. Niet voorzichtig, verkennend, een beetje zacht, wat happen aan de buitenkant van een been. Nee, ze bijt door, resoluut, direct en flink. Mijn teckelstress bereikte een absoluut hoogtepunt, toen de postbode door het gaas van het hekje gebeten werd. Hij kwam even dichtbij, om heel vriendelijk, de post te overhandigen. En mis was het. Het ontspannen en kalm met de honden omgaan was intussen ver te zoeken. Ik kon de twee teckels, eerlijk gezegd wel wat doen. Lekker buiten in de zon lezen en een beetje werken, was onmogelijk geworden door het overwaakzame duo.

En toen kwam er effectieve hulp, in de vorm van een paar onvergetelijke Teckel colleges. An, een goede vriendin en expert in trainen en werken met reddinghonden, bracht de oorsprong van de hond in herinnering.

Honden zijn geen gezellige knuffels of medemensen, in een wat andere vorm, met een staart. Honden stammen af van de wolven, zij zijn vurige en trouwe beschermers. Hun streven is altijd om de leider, de alpha, van de roedel te zijn, of te worden. In de Trouw, las ik de column van Wilma van Meteren. Zij schrijft over de neiging om aan dieren, menselijke eigenschappen toe te kennen.  Dit heet samengebald in één mooi woord: Antropomorfisme. De voorbeelden in de colomn zijn grappig. En ik vraag me werkelijk af, of het gedreven streven van de teckels naar de alpha positie, wel zo wezenlijk verschilt van de zware maatschappelijke pressie op doelgerichtheid en het behalen van targets. Of is het eerder een natuurlijke dynamiek waaraan mensen en honden niet kunnen ontsnappen?

Nu mijn begrip voor ‘hondsleven’ weer verruimd is, kan het verantwoordelijkheidsgevoel dat ik meen te zien in het uitzinnige blaffen van Paramita en Gogo, mij zelfs vertederen. Waarschijnlijk typisch een geval van antropomorfisme. Maar toch, nu ik weet, hoe ik in alle stilte, zonder één woord, duidelijk kan maken dat ik de roedelleider ben, wordt het allemaal weer een stuk leuker.

Als de teckels in de waakstand gaan, dan maak ik mij op aanwijzingen van An: “groot, met brede borst en armen iets van mij af en strek mijn nek. Ik kijk met opgeheven hoofd en vooruit gestoken kaak rustig van mij af.” En stil zijn de teckels. Ze gaan weer liggen en ontspannen onmiddellijk. De eerste keren was ik stomverbaasd over dit effect. Op zo’n moment is het ook het beste om niets te zeggen. Vanaf nu klinken geen uitroepen meer als: “goed zo, braaaaaf, of, o,o,o, wat een knappe hond.” Nee, stilletjes, zak ik terug in mijn stoel en zwijg. De rust die er dan is, voelt voor de hele roedel als weldadig en belonend.

Ik realiseer me beter hoe hard de honden werken. Want, alles moet op orde gehouden worden bij het hek en ook bij de voordeur met de bel. Bij de voordeur is het helemaal erg. Als alpha zit ik daar ver vandaan. Altijd maar met de kop naar beneden, te kijken in een krant, of een boekje of op een iPad. Intussen blijkt er geen enkel zichtbaar begrip van wat er allemaal aan dreiging is.  Laat staan dat er zichtbaar begrip is voor wat er aan inbreuk op het territorium kan ontstaan. Als ik dan bovendien geërgerd opspring vanwege uitzinnige geblaf, nadat de bel gaat, dan is het echt goed mis. In het ‘hondenuniversum’ zijn er nu twee aanleidingen voor dubbel, hard blaffen. De eerste aanleiding is de alpha zelf. Want het ijzingwekkende kabaal wordt door de boze lichaamstaal steeds verder aangemoedigd. De tweede aanleiding is de bel waarop de alpha te laat reageert. Immers de lagere in rangorde is het eerst bij de deur. Verbetert zodoende de alpha en neemt daarmee de positie over.

Wij oefenen op het ogenblik dagelijks om het herstel in de rangorde te internaliseren. Het bijten van Gogo zal hopelijk slijten, mits de rangorde echt gevestigd is en blijft.  Als de teckels in de waakstand springen, zie en snap ik het. Dan ben ik ze voor, meestal dan. 

Het teckelcollege heeft ons de weg gewezen uit probleemgedrag en meer rust en ontspanning gebracht. Ik ben mijn docent zeer dankbaar.

I

 

 

admin

15 juni 2017

Kasteel Twickel met Adam en Eva aan de poort.

Mijn belangstelling voor kastelen is begonnen met de televisieserie Floris. Veel acties werden destijds opgenomen op kasteel Doornenburg in de Betuwe. Ik woonde daar niet zover vandaan. Rutger Hauwer in de rol van Floris, zwaardvechtend te paard over de ophaalbrug, als jonge, moedige, eerlijke en rechtvaardige ridder, is een beeld dat me altijd bijbleef. Net zoals het afstijgen op de binnenplaats van het kasteel, het geluid van paardenhoeven op de keien en de tochten door de bossen en grandioze velden. Het liet me dromen over vervlogen tijden en over wat er al niet mogelijk is. Dat er in de eerste 8 afleveringen van Floris geen vrouw te zien was, heeft me toen niet in het minst verwonderd. Ik merkte het simpelweg niet op. Dit was tijdens het bezoek dat ik onlangs aan kasteel Twickel bracht wel anders.

Bij de hoofdingang van Twickel is het keurig in balans. Adam en Eva prijken ieder aan een zijde, al vanaf ca. 1551, op twee halfzuilen naast de voordeur. Daarboven bevindt zich de slang in de boom der kennis. Dit zegt natuurlijk nog niet zoveel. De verdere rondgang in het kasteel illustreert de geschiedenis van eeuwen.

adam en eva met iphone

Sporadisch was er tussen de vele portretten van mannelijke helften uit de familielijnen die het kasteel bevolkten, een portret van een erfdochter te zien. Er kwamen niet veel vragen uit de groep die werd rondgeleid. Maar terwijl we een kopje koffie in de orangerie dronken, werd er over één portret wat uitgebreider gesproken. Het betrof het portret van Sophia van Wassenaer Obdam. Zij was de stiefmoeder van Marie Cornélie van Wassenaer Obdam en werd door Cornélie aanbeden. Maar of Sophia dat ook verdiende betwijfelden wij ernstig. In het dagboek van Marie Cornélie is te lezen over de streek die Sophia aan Cornélie leverde. Toen ze overleed bleek dat Sophia in haar testament slechts één regel aan Cornélie had besteed. Zij mocht één dierbare herinnering uit de te erven persoonlijke spulletjes kiezen. Nee, wij hadden het niet op Sophia, al had zij het als hofdame en vertrouweling bij de Oranjes en Romanovs goed gedaan. Het geschilderde portret van Sophia op oudere leeftijd, is een van de meest fascinerende portretten in het kasteel. Het was goed dat wij het in de orangerie in alle rust nog eens konden bekijken. Misschien was zij wel een transgender, werd verondersteld. Maar een transgender in die tijd? Transgenders waren er waarschijnlijk wel, maar ze bestonden natuurlijk niet. Een feit is dat het schaduwwerk in het portret Sophia  wel wat doet lijken op Consita Wurst, de vrouw met de baard, van het songfestival. Voeg daarbij een rode mond als streep met bovendien behoorlijk zware wenkbrauwen en de associatie met een dragqueen is niet langer vreemd. Het is te zien dat het leven niet zomaar langs Sophia is heen gegleden.

Het dagboek van Marie Cornélie over de reis naar het hof van Sint Petersburg 1824-1825 is een mooi document.* Het is een plezier om te lezen over de reis per koets door een deel van Europa.

Te lezen over logeren op grote buitens die op de lange route lagen. Over hoe men ontvangen werd, hoe men gekleed was en over brieven van familie en vrienden. Lezen over het dagelijkse leven aan het hof van de Russische tsarenfamilie en over bezoeken aan erfdochters en prinsen in de omgeving van Petersburg. Dit alles gebeurde samen met ‘maman’, stiefmoeder Sophia. Cornélie hield in grote aanhankelijkheid veel van maman. Dit valt op in de precieze dagboeknotities. Een beetje jammer is dat wat door Cornélie geschreven werd, ook nog door de beugel moest van de toen heersende, hoogste klasse. Maar, het recht op vrijheid van meningsuiting voor iedereen, daar zijn we nu intussen wel achter, is niet alleen maar fantastisch. Ook zelfcensuur kan nuttig en nobel zijn.

Ik denk bij een geschiedenis als van Twickel, aan de datum van invoering van het actieve kiesrecht. Dat was in 1917 voor mannen en in 1919 voor vrouwen. Een piket paaltje in mijn tijdsbesef. Vanaf 1825 woonde Marie Cornélie voornamelijk op Twickel. Zij moet heel wat keren langs Adam en Eva zijn gelopen, terwijl haar echtgenoot, van haar vermogen het kasteel verfraaide en nog meer leuke dingen deed. Cornélie getrouwd en zodoende handelingsonbekwaam, althans in juridische zin, stierf in 1850. Pas honderd jaar later, vanaf 1957, konden getrouwde vrouwen, bij wet handelingsbekwaam verklaard, zelfstandig overeenkomsten sluiten.

Het kasteel is een eeuwen oud, doorleeft monument. De bibliotheek met tienduizend boeken in kalfsleer gebonden, is onwaarschijnlijk kostbaar. Het interieur, de kamers, ontvangstruimten en de drostekamer waar recht gesproken werd, de keukens, alles is imposant. Toch ademt het kasteel eerder indrukwekkende, familiare vertrouwdheid dan megalomane, statigheid. Wie zou hier de hand in gehad hebben?

Dat het kasteel in de huidige staat bewaard blijft is te danken aan de laatste eigenares, baronesse van Heeckeren van Wassenaer. Zij verstond de tijd goed en bespaarde ons het zoveelste pretpark, door het kasteel in 1975 in een stichting onder te brengen.  Zij stelde daarmee de toekomst van het erfgoed veilig. Bij haar overlijden in 1975, legateerde zij ook overige bezittingen, waaronder een 7-tal kleinere landgoederen aan de Stichting Twickel. Volgens haar wens wordt het kasteel sindsdien bewoond door de familie van haar achterneef Castell – Rüdenhausen.

 

*Marie Cornélie

Dagboek van haar reis naar het hof van Sint-Petersburg 182 – 1825

door Thera Coppens

Meulenhoff

Home is where the heart is

Het huisje voor de havenmeester van de Kreupel deint zachtjes mee met het water en de harde wind. Honderden ijsselmeervliegjes op de ramen stippelen het uitzicht. Alles maar dan ook alles  schittert en beweegt in licht. Er zijn duizenden en nog eens duizenden vogels. Zij zijn in een concert van een fantastisch, alles overstemmend gesnatter, geroep, gekrijs, gekwaak en gekwetter. Het is een ruig concert met als basis toon het huilen van de wind en het klepperen van tuig van een enkel zeilschip dat aan de steigers ligt.

De lieflijke sonates van merels en het gekwinkeleer van meesjes, waarmee ik zo verwend ben, zijn in één klap weggeblazen uit mijn herinnering. Zo overweldigend is al dit heel andere. Ik ga vroeg slapen om de tollende indrukken tot rust brengen.

Mijn kennis van vogels beperkt zich zo ongeveer tot wat ik zie en hoor. De vogels verblijven op afstand van de steigers, op het eiland en op de lange kribben met hun lage begroeiing. In korte tijd ontstond hier de grootste broedkolonie voor visdiefjes. De zwarte stern is in opkomst.  Op het dak van het havenmeesterhuisje woont een postduif die nog geen roekoekoe gegeven heeft. Te moe, schat ik, of gewoon niet nodig.  Ze hipt wat rond tussen de talloze vliegjes, heeft aan voedsel geen gebrek. Meerkoetjes met jonkies worden bedreigt door een mantelmeeuw. Mijn schreeuwen en zwaaien op de steiger heeft denk ik geholpen. De meeuw zweeft weg zonder prooi.

Ik ben geïnstalleerd en voel me thuis. Laat in de avond kleurt de lucht verbijsterend rood. Stil wordt het niet, wel rustiger. s’ Nachts wordt ik wakker door geknabbeld aan het huis. Nee, ik zie geen muizen of ratten. Wel drijven heel dichtbij, dertig, veertig eenden, donker en stilletjes op het water. Zij bikken buiten eten van de palen onder mijn stapelbed. Door het raam boven het keukenblok, kijk ik in een zwarte wand met kleine rode lichtjes, in rechte lijntjes onder elkaar. Ze staan ver weg op de windmolens bij Medemblik.

Een wonderlijk gevoel van thuis zijn vervult me.  “Home is where the heart is, my heart is my home”. Overal en alles is vreemd en toch, toch dat gevoel. Home is where the heart is, hoorde ik ooit zingen door Angenea, een blinde, indiaanse man. De manier waarop hij toen zijn versie zong, raakte en ontroerde een grote groep mensen. Thuis is waar je hart is, mijn hart is mijn thuis. Zo eenvoudig is het.

 

Oppassen op de Kreupel

Als koksmaatje van de Havenmeester ga ik mee naar het vogeleiland de Kreupel, dat midden in het IJsselmeer ligt. Oppassen en liggeld innen wanneer zeilschepen aan een van de lange steigers overnachten. Nu mag ik even niets vergeten want eenmaal op het water; Ik ga op reis en ik neem mee…en er is geen wifi.