Home is where the heart is

Het huisje voor de havenmeester van de Kreupel deint zachtjes mee met het water en de harde wind. Honderden ijsselmeervliegjes op de ramen stippelen het uitzicht. Alles maar dan ook alles  schittert en beweegt in licht. Er zijn duizenden en nog eens duizenden vogels. Zij zijn in een concert van een fantastisch, alles overstemmend gesnatter, geroep, gekrijs, gekwaak en gekwetter. Het is een ruig concert met als basis toon het huilen van de wind en het klepperen van tuig van een enkel zeilschip dat aan de steigers ligt.

De lieflijke sonates van merels en het gekwinkeleer van meesjes, waarmee ik zo verwend ben, zijn in één klap weggeblazen uit mijn herinnering. Zo overweldigend is al dit heel andere. Ik ga vroeg slapen om de tollende indrukken tot rust brengen.

Mijn kennis van vogels beperkt zich zo ongeveer tot wat ik zie en hoor. De vogels verblijven op afstand van de steigers, op het eiland en op de lange kribben met hun lage begroeiing. In korte tijd ontstond hier de grootste broedkolonie voor visdiefjes. De zwarte stern is in opkomst.  Op het dak van het havenmeesterhuisje woont een postduif die nog geen roekoekoe gegeven heeft. Te moe, schat ik, of gewoon niet nodig.  Ze hipt wat rond tussen de talloze vliegjes, heeft aan voedsel geen gebrek. Meerkoetjes met jonkies worden bedreigt door een mantelmeeuw. Mijn schreeuwen en zwaaien op de steiger heeft denk ik geholpen. De meeuw zweeft weg zonder prooi.

Ik ben geïnstalleerd en voel me thuis. Laat in de avond kleurt de lucht verbijsterend rood. Stil wordt het niet, wel rustiger. s’ Nachts wordt ik wakker door geknabbeld aan het huis. Nee, ik zie geen muizen of ratten. Wel drijven heel dichtbij, dertig, veertig eenden, donker en stilletjes op het water. Zij bikken buiten eten van de palen onder mijn stapelbed. Door het raam boven het keukenblok, kijk ik in een zwarte wand met kleine rode lichtjes, in rechte lijntjes onder elkaar. Ze staan ver weg op de windmolens bij Medemblik.

Een wonderlijk gevoel van thuis zijn vervult me.  “Home is where the heart is, my heart is my home”. Overal en alles is vreemd en toch, toch dat gevoel. Home is where the heart is, hoorde ik ooit zingen door Angenea, een blinde, indiaanse man. De manier waarop hij toen zijn versie zong, raakte en ontroerde een grote groep mensen. Thuis is waar je hart is, mijn hart is mijn thuis. Zo eenvoudig is het.