admin

15 juni 2017

Kasteel Twickel met Adam en Eva aan de poort.

Mijn belangstelling voor kastelen is begonnen met de televisieserie Floris. Veel acties werden destijds opgenomen op kasteel Doornenburg in de Betuwe. Ik woonde daar niet zover vandaan. Rutger Hauwer in de rol van Floris, zwaardvechtend te paard over de ophaalbrug, als jonge, moedige, eerlijke en rechtvaardige ridder, is een beeld dat me altijd bijbleef. Net zoals het afstijgen op de binnenplaats van het kasteel, het geluid van paardenhoeven op de keien en de tochten door de bossen en grandioze velden. Het liet me dromen over vervlogen tijden en over wat er al niet mogelijk is. Dat er in de eerste 8 afleveringen van Floris geen vrouw te zien was, heeft me toen niet in het minst verwonderd. Ik merkte het simpelweg niet op. Dit was tijdens het bezoek dat ik onlangs aan kasteel Twickel bracht wel anders.

Bij de hoofdingang van Twickel is het keurig in balans. Adam en Eva prijken ieder aan een zijde, al vanaf ca. 1551, op twee halfzuilen naast de voordeur. Daarboven bevindt zich de slang in de boom der kennis. Dit zegt natuurlijk nog niet zoveel. De verdere rondgang in het kasteel illustreert de geschiedenis van eeuwen.

adam en eva met iphone

Sporadisch was er tussen de vele portretten van mannelijke helften uit de familielijnen die het kasteel bevolkten, een portret van een erfdochter te zien. Er kwamen niet veel vragen uit de groep die werd rondgeleid. Maar terwijl we een kopje koffie in de orangerie dronken, werd er over één portret wat uitgebreider gesproken. Het betrof het portret van Sophia van Wassenaer Obdam. Zij was de stiefmoeder van Marie Cornélie van Wassenaer Obdam en werd door Cornélie aanbeden. Maar of Sophia dat ook verdiende betwijfelden wij ernstig. In het dagboek van Marie Cornélie is te lezen over de streek die Sophia aan Cornélie leverde. Toen ze overleed bleek dat Sophia in haar testament slechts één regel aan Cornélie had besteed. Zij mocht één dierbare herinnering uit de te erven persoonlijke spulletjes kiezen. Nee, wij hadden het niet op Sophia, al had zij het als hofdame en vertrouweling bij de Oranjes en Romanovs goed gedaan. Het geschilderde portret van Sophia op oudere leeftijd, is een van de meest fascinerende portretten in het kasteel. Het was goed dat wij het in de orangerie in alle rust nog eens konden bekijken. Misschien was zij wel een transgender, werd verondersteld. Maar een transgender in die tijd? Transgenders waren er waarschijnlijk wel, maar ze bestonden natuurlijk niet. Een feit is dat het schaduwwerk in het portret Sophia  wel wat doet lijken op Consita Wurst, de vrouw met de baard, van het songfestival. Voeg daarbij een rode mond als streep met bovendien behoorlijk zware wenkbrauwen en de associatie met een dragqueen is niet langer vreemd. Het is te zien dat het leven niet zomaar langs Sophia is heen gegleden.

Het dagboek van Marie Cornélie over de reis naar het hof van Sint Petersburg 1824-1825 is een mooi document.* Het is een plezier om te lezen over de reis per koets door een deel van Europa.

Te lezen over logeren op grote buitens die op de lange route lagen. Over hoe men ontvangen werd, hoe men gekleed was en over brieven van familie en vrienden. Lezen over het dagelijkse leven aan het hof van de Russische tsarenfamilie en over bezoeken aan erfdochters en prinsen in de omgeving van Petersburg. Dit alles gebeurde samen met ‘maman’, stiefmoeder Sophia. Cornélie hield in grote aanhankelijkheid veel van maman. Dit valt op in de precieze dagboeknotities. Een beetje jammer is dat wat door Cornélie geschreven werd, ook nog door de beugel moest van de toen heersende, hoogste klasse. Maar, het recht op vrijheid van meningsuiting voor iedereen, daar zijn we nu intussen wel achter, is niet alleen maar fantastisch. Ook zelfcensuur kan nuttig en nobel zijn.

Ik denk bij een geschiedenis als van Twickel, aan de datum van invoering van het actieve kiesrecht. Dat was in 1917 voor mannen en in 1919 voor vrouwen. Een piket paaltje in mijn tijdsbesef. Vanaf 1825 woonde Marie Cornélie voornamelijk op Twickel. Zij moet heel wat keren langs Adam en Eva zijn gelopen, terwijl haar echtgenoot, van haar vermogen het kasteel verfraaide en nog meer leuke dingen deed. Cornélie getrouwd en zodoende handelingsonbekwaam, althans in juridische zin, stierf in 1850. Pas honderd jaar later, vanaf 1957, konden getrouwde vrouwen, bij wet handelingsbekwaam verklaard, zelfstandig overeenkomsten sluiten.

Het kasteel is een eeuwen oud, doorleeft monument. De bibliotheek met tienduizend boeken in kalfsleer gebonden, is onwaarschijnlijk kostbaar. Het interieur, de kamers, ontvangstruimten en de drostekamer waar recht gesproken werd, de keukens, alles is imposant. Toch ademt het kasteel eerder indrukwekkende, familiare vertrouwdheid dan megalomane, statigheid. Wie zou hier de hand in gehad hebben?

Dat het kasteel in de huidige staat bewaard blijft is te danken aan de laatste eigenares, baronesse van Heeckeren van Wassenaer. Zij verstond de tijd goed en bespaarde ons het zoveelste pretpark, door het kasteel in 1975 in een stichting onder te brengen.  Zij stelde daarmee de toekomst van het erfgoed veilig. Bij haar overlijden in 1975, legateerde zij ook overige bezittingen, waaronder een 7-tal kleinere landgoederen aan de Stichting Twickel. Volgens haar wens wordt het kasteel sindsdien bewoond door de familie van haar achterneef Castell – Rüdenhausen.

 

*Marie Cornélie

Dagboek van haar reis naar het hof van Sint-Petersburg 182 – 1825

door Thera Coppens

Meulenhoff