Maandelijks archief: augustus 2017

De dijk en een ervaring

Tussen Domburg en Westkapelle ligt een 12 kilometer lange zeedijk. Via de panoramaroute kun je met de auto direct aan de zeezijde rijden. Het is indrukwekkend, zelfs een beetje griezelig. Na een bocht, lijkt het wel of de enorme dijk abrupt in de staalblauwe zee eindigt. Maar om de bocht is er in werkelijkheid iets heel anders. Daar ligt dicht aan de kust een schip, dat met een fantastische boog zand opspuwt. In haast en opwinding, stap ik uit om foto’s te maken en laat daarbij slordig het portier openstaan. Het kon dacht ik, er zijn geen andere auto’s te bekennen en er is ruimte genoeg.

Maar ineens is er toch een auto voor de lens. Ik kijk op en zie de bestuurder van de auto nadrukkelijk en vaak op zijn voorhoofd wijzen.

Nou, nou, zeg.

Ik stap snel weer in, sluit de deur en rijd langzaam door. Tot mijn verbazing staat de geïrriteerde bestuurder verderop zelf stil om naar het schip te kijken. Zachtjes mompel ik in mijzelf. ‘ Ik ga op zijn raampje kloppen en mijn excuus aanbieden.’ Maar gelukkig keert mijn gezonde verstand op tijd  terug.

Ik doe toch maar niet, wat ik eventjes, heel graag wel gedaan had.

 

Waar alleen de Hemel Souverein is

Veel in het oude arbeidershuisje aan de rand van het landgoed Ter Hooge bij Middelburg herinnert aan andere tijden. Zo vind ik een onvervangbaar boekje uit 1921 met Zeeuwsche Mijmeringen door P.H. Ritter Jr. * Het is een lofzang op Zeeland. Ik citeer:

“Zeeland, ge gaat er niet heen om op te merken, of om genoegens te smaken. Ge gaat er heen om anders te leven, om de Droom te herwinnen, dien het vlotte, bezige bestaan van alle dag voor u teloor deed gaan.”

Kan het nog mooier? En dan dit:

“Het is een wereld op zichzelf,  van ons gescheiden door de wijde eenzame zeeën, waarin de eenzame hemel vervloeit, van geelwitte stranden die vervloeien in de traag-uit-kabbelende golven. Ge gaat er heen om de eenzaamheid terug te vinden, de eenzaamdheden van het landschap en de eenzaamdheden van uw eigen ziel. Omgeven door de wijde ruimten, waar alleen de Hemel Souverein is.”

Prachtig en plechtig.  Een boekje vol proza dat Zeeland lyrisch schildert in woorden. Maar nu bijna honderd jaar later, is alles toch wel een beetje anders.

Ik zoek naar een plaats om het landschap, en plein air te schilderen. Dat valt nog niet mee. Op de eerste plek waar ik uitstap, moet ik onmiddellijk weer instappen. Het is er onverdragelijk door de snijdend, scherpe geur van gier. De enorme landbouwmachines die zich al vanaf de vroege ochtend dreunend door de smalle weggetjes persen, trekken hun sporen in de wijde omgeving. Er valt niet aan te ontkomen. En thuisblijven, met deuren en ramen dicht, helpt niet midden in een grootschalige agrarisch gebied.

Vele kilometers verderop sla ik een zijweg van een zijweg in. Ik hoop daar rustig in het gras aan de kant te staan. Want het bijzondere op deze tweede plek is dat er koeien buiten lopen. Bij de open achterklep van de auto installeer ik mij en begin te schilderen.

Het is niet moeilijk om op te gaan in het schilderen. Het landschap is zo prachtig en zonovergoten en windstil. Achter mij zoeven de fietsers langs. De meeste e-fietsers gaan heel hard. Toch in de flits van een paar seconden merken mensen op wat daar in de grasrand gebeurt. Regelmatig schalt het achter mijn rug: “wat mooi”, of, “hé, van Gogh”.

 

In een museum wordt gemiddeld 30 seconden naar een schilderij gekeken, naar gerennomeerde kunstwerken. Wanneer er een selfie met het kunstwerk wordt gemaakt is de gemiddelde kijktijd langer. Misschien deed ik het dan nog niet eens zo slecht daar op dat zijweggetje van een zijweggetje. Al geeft het te denken dat er niemand, helemaal niemand, afstapte voor een selfie met een schilderij in wording, daar in die wijde ruimten waar alleen de Hemel Souverein is.

 

*Zeeuwse Mijmeringen door P.H.Ritter Jr.

1921 Gedrukt bij G.J. Tieme te Nijmegen. Van den eersten druk vijftig genummerde exemplaren op geschept papier van Pannekoek

Zomer op Walcheren in Zeeland

Al bij Bergen op Zoom verandert er iets in het licht. Ik zie, of denk ik alleen maar te zien, dat het licht  van de zee zich weerspiegelt in de luchten boven de snelweg?

We rijden richting Goes en dan naar Walcheren, Middelburg.

Het is midden augustus en hoog zomer. De temperaturen zijn aangenaam. Walcheren is maar klein. Volgens wikipedia telt het 115.000 inwoners. Maar nu, midden in het hoogseizoen barst alles uit haar voegen. Het toerisme is intensief, net zoals de veehouding en de landbouw. Aan elke zijweg bij bijna iedere boerderij, is wel een volle minicamping. In stukjes weiland zijn geïmproviseerde parkeerplaatsen gemaakt. De eilandbevolking is in vakantietijd misschien wel verdrievoudigd. We mijden de doorgaande verkeersstromen. Rijden langzaam naar het strand over weggetjes met groene, hoog geschoren, meidoornhagen.

Plotseling zijn we in Biggekerke. Het dorpje is verborgen, de grote verkeersstromen worden om Biggekerke heen geleid. Het lijkt hier op het Renesse uit de jaren vijftig. Niet aangetast door de jacht naar steeds meer en nog groter, kan niet schelen hoe. Biggekerke, nee, niet omdat er veel biggen zijn. Het is een ringdorpje, dat haar naam waarschijnlijk dankt aan Begga, een Frankische edelvrouw die leefde rond 630. Zij werd heilig verklaard en is de patrones van stotteraars en van mensen met botbreuken en reuma. De kerk op het plein stamt uit de 15 de eeuw. In 1583 werd hier een Hervormde Gemeente gesticht. Maar het is wel een beetje jammer dat de kerk niet de naam van Sinte Begga draagt. In een dorp verderop, in Zoutelande kun je gratis parkeren en via een korte duinovergang het strand op.

Het is eb. Het strand en de zee zijn schitterend mooi. De teckels gaan los, want er zijn niet veel mensen op het strand. Op de wandeling langs de randen van het water, passeert een moeder met een klein meisje van een jaar of drie. Het meisje huppelt, spelend, met een emmertje in de richting van de zee.  Terwijl wij langs lopen hoor ik de moeder zeggen: “opletten hoor, want er hoeft maar dit te gebeuren en de zee neemt je mee”. De zee neemt je mee. Het blijft nog lang naklinken.

De zee neemt je mee.

Terug in het huisje waar we verblijven, schilder ik na maanden voor het eerst weer op een paneeltje, in olieverf. Ik schilder het beeld in dikke verf, zonder schetsen uit mijn hoofd.

De moeder, een moeder, onze moeders, met een kind op het strand, aan de rand van de zee, aan de rand van het water.   

 

 

Blogstilte

Er is al even een flinke blog stilte.

Maar vanaf half augustus hoop ik hier  weer regelmatig te berichten.

Tot gauw