Zomer op Walcheren in Zeeland

Al bij Bergen op Zoom verandert er iets in het licht. Ik zie, of denk ik alleen maar te zien, dat het licht  van de zee zich weerspiegelt in de luchten boven de snelweg?

We rijden richting Goes en dan naar Walcheren, Middelburg.

Het is midden augustus en hoog zomer. De temperaturen zijn aangenaam. Walcheren is maar klein. Volgens wikipedia telt het 115.000 inwoners. Maar nu, midden in het hoogseizoen barst alles uit haar voegen. Het toerisme is intensief, net zoals de veehouding en de landbouw. Aan elke zijweg bij bijna iedere boerderij, is wel een volle minicamping. In stukjes weiland zijn geïmproviseerde parkeerplaatsen gemaakt. De eilandbevolking is in vakantietijd misschien wel verdrievoudigd. We mijden de doorgaande verkeersstromen. Rijden langzaam naar het strand over weggetjes met groene, hoog geschoren, meidoornhagen.

Plotseling zijn we in Biggekerke. Het dorpje is verborgen, de grote verkeersstromen worden om Biggekerke heen geleid. Het lijkt hier op het Renesse uit de jaren vijftig. Niet aangetast door de jacht naar steeds meer en nog groter, kan niet schelen hoe. Biggekerke, nee, niet omdat er veel biggen zijn. Het is een ringdorpje, dat haar naam waarschijnlijk dankt aan Begga, een Frankische edelvrouw die leefde rond 630. Zij werd heilig verklaard en is de patrones van stotteraars en van mensen met botbreuken en reuma. De kerk op het plein stamt uit de 15 de eeuw. In 1583 werd hier een Hervormde Gemeente gesticht. Maar het is wel een beetje jammer dat de kerk niet de naam van Sinte Begga draagt. In een dorp verderop, in Zoutelande kun je gratis parkeren en via een korte duinovergang het strand op.

Het is eb. Het strand en de zee zijn schitterend mooi. De teckels gaan los, want er zijn niet veel mensen op het strand. Op de wandeling langs de randen van het water, passeert een moeder met een klein meisje van een jaar of drie. Het meisje huppelt, spelend, met een emmertje in de richting van de zee.  Terwijl wij langs lopen hoor ik de moeder zeggen: “opletten hoor, want er hoeft maar dit te gebeuren en de zee neemt je mee”. De zee neemt je mee. Het blijft nog lang naklinken.

De zee neemt je mee.

Terug in het huisje waar we verblijven, schilder ik na maanden voor het eerst weer op een paneeltje, in olieverf. Ik schilder het beeld in dikke verf, zonder schetsen uit mijn hoofd.

De moeder, een moeder, onze moeders, met een kind op het strand, aan de rand van de zee, aan de rand van het water.