Waar alleen de Hemel Souverein is

Veel in het oude arbeidershuisje aan de rand van het landgoed Ter Hooge bij Middelburg herinnert aan andere tijden. Zo vind ik een onvervangbaar boekje uit 1921 met Zeeuwsche Mijmeringen door P.H. Ritter Jr. * Het is een lofzang op Zeeland. Ik citeer:

“Zeeland, ge gaat er niet heen om op te merken, of om genoegens te smaken. Ge gaat er heen om anders te leven, om de Droom te herwinnen, dien het vlotte, bezige bestaan van alle dag voor u teloor deed gaan.”

Kan het nog mooier? En dan dit:

“Het is een wereld op zichzelf,  van ons gescheiden door de wijde eenzame zeeën, waarin de eenzame hemel vervloeit, van geelwitte stranden die vervloeien in de traag-uit-kabbelende golven. Ge gaat er heen om de eenzaamheid terug te vinden, de eenzaamdheden van het landschap en de eenzaamdheden van uw eigen ziel. Omgeven door de wijde ruimten, waar alleen de Hemel Souverein is.”

Prachtig en plechtig.  Een boekje vol proza dat Zeeland lyrisch schildert in woorden. Maar nu bijna honderd jaar later, is alles toch wel een beetje anders.

Ik zoek naar een plaats om het landschap, en plein air te schilderen. Dat valt nog niet mee. Op de eerste plek waar ik uitstap, moet ik onmiddellijk weer instappen. Het is er onverdragelijk door de snijdend, scherpe geur van gier. De enorme landbouwmachines die zich al vanaf de vroege ochtend dreunend door de smalle weggetjes persen, trekken hun sporen in de wijde omgeving. Er valt niet aan te ontkomen. En thuisblijven, met deuren en ramen dicht, helpt niet midden in een grootschalige agrarisch gebied.

Vele kilometers verderop sla ik een zijweg van een zijweg in. Ik hoop daar rustig in het gras aan de kant te staan. Want het bijzondere op deze tweede plek is dat er koeien buiten lopen. Bij de open achterklep van de auto installeer ik mij en begin te schilderen.

Het is niet moeilijk om op te gaan in het schilderen. Het landschap is zo prachtig en zonovergoten en windstil. Achter mij zoeven de fietsers langs. De meeste e-fietsers gaan heel hard. Toch in de flits van een paar seconden merken mensen op wat daar in de grasrand gebeurt. Regelmatig schalt het achter mijn rug: “wat mooi”, of, “hé, van Gogh”.

 

In een museum wordt gemiddeld 30 seconden naar een schilderij gekeken, naar gerennomeerde kunstwerken. Wanneer er een selfie met het kunstwerk wordt gemaakt is de gemiddelde kijktijd langer. Misschien deed ik het dan nog niet eens zo slecht daar op dat zijweggetje van een zijweggetje. Al geeft het te denken dat er niemand, helemaal niemand, afstapte voor een selfie met een schilderij in wording, daar in die wijde ruimten waar alleen de Hemel Souverein is.

 

*Zeeuwse Mijmeringen door P.H.Ritter Jr.

1921 Gedrukt bij G.J. Tieme te Nijmegen. Van den eersten druk vijftig genummerde exemplaren op geschept papier van Pannekoek