Dwarskijken

De vraag en tevens de titel van het boek: Waar verzet jij je tegen?

Anton Corbijn, bekend fotograaf van beroemdheden en filmmaker, stelt 1 vraag waarop 101 toonaangevende wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven.

Het boek is pas vanmorgen door de brievenbus geschoven. Het paste. Het kon net door de sleuf. Als niet toonaangevende denker kijk ik het boek in en grabbel her en der wat zinnen van toonaangevende denkers bij elkaar. Zinnen die me aanspreken en die een echo naar eigen ervaringen veroorzaken. Het serieuze lezen vraagt meer tijd en komt later. Het fijne van dit boek is dat de 101 stukjes kort zijn.

Met de vraag; waar verzet jij je tegen, kom ik niet zo gemakkelijk weg. Want wat is er nou eigenlijk de moeite waard om je tegen te verzetten? Wat zijn konsekwenties als je je verzet? Kan verzet zich tegen jezelf, tegen het eigen belang keren?  En is verzet dan nog steeds de moeite waard? Voor antwoorden moet je behalve nadenken en in je hart te rade gaan ook willen dwarskijken. Ik las over de tirannie van de redelijkheid.

Dwarskijken

Veel weet ik niet over Punkers, ik heb er slechts een vaag beeld over en dacht dat de Punkers behalve exotisch uitgedost, veelal ook tegendraadse, dwarskijkers waren.  Floris Mansvelt Beck ziet de Punkbeweging heel anders: ” Als je me dan vraagt waar ik me tegen verzet, dan is het die morele zelfgenoegzaamheid die ingebakken zat in Punk. Het was rechtertje spelen, met je geweten als openbaar aanklager en je eigen waarheid als bewijs. En de aangeklaagde? Die moest zijn bek houden.” Floris M.B. is politiek filosoof en gepromoveerd op onderzoek naar integriteit en tolerantie. De gevaarlijkste,morele zelfgenoegzaamheid schrijft Floris M.B.  is die van het weldenkende, alleszins redelijke seculiere deel der natie.

“ U bent zelfgenoegzaam, noch moralistisch. U bent juist het toonbeeld van redelijkheid.” Thomas Hobbes zag het scherp: ieder mens is zo overtuigd van zijn eigen redelijkheid dat hij blind is voor de reden van de ander die zichzelf al net zo redelijk vindt.” Voor Hobbes was de oplossing simpel: een absoluut heerser sprak het machtswoord en bepaalde daarmee wat redelijk was en wat niet. Maar ja, dat was tegen het einde van de zestiende eeuw en volgens de theorie van het absolutisme. Of is deze dynamiek in het denken nu, in deze 21 ste eeuw nog steeds afhankelijk van het machtswoord?

Gisteren sprak ik een van mijn  buurvrouwen, zij is  84 jaar en was 11 jaar toen het einde van de tweede wereldoorlog inzicht kwam. Ze vertelde herinneringen en toen ik haar na enige tijd vroeg wat uit die tijd op haar het meeste indruk had gemaakt, begonnen haar ogen te stralen. “De bevrijding”, zei ze. ” De vreugde, de opluchting, het feest, van vrij zijn.”

Vrij van tirannie, ook vrij van de tirannie van die redelijkheid. Een machtswoord is dan nergens meer goed voor. Want wij zijn vrij, ook van de elkaar uitsluitende redelijkheden. En hierover is natuurlijk ook weer heel veel te zeggen.

Tenminste 100 antwoorden lezen op de vraag: ” waar verzet jij je tegen”, kan ik iedereen aanraden, want het geeft goede moed en inspiratie in Trumpiaanse tijden. Waar het lijkt alsof de afstand tussen de zestiende en eenentwintigste eeuw misschien wel helemaal niet zo groot is als wij dachten.