Downton Abbey in Oosterbeek

1950-1955.  Wij woonden nog maar kort in een nieuwgebouwde twee onder éénkapwoning, niet ver van de uiterwaarden aan de Rijn. Er was vanuit de kleine woonkamer een prachtig zicht op de Rijn en de spoorbrug  tussen Arnhem en Nijmegen. Wij waren met z’n vijven, mijn moeder, vader en mijn twee broertjes. Ik was de oudste en enig meisje. Het jongste, derde broertje was nog niet geboren. Het leven stond in een streng teken van rust, reinheid, regelmaat en ontzettend goed je best doen. Op straat speelden we kastie met kinderen uit de buurt en andere spelletjes in ruïnes van huizen die nog niet herbouwd waren. Op gezette tijden kwam tante Marie  uit Wehl op bezoek. Mijn vader haalde haar van de trein in Arnhem. Autorijden vond ik prachtig en hoewel ik bijna altijd wagenziek werd, mocht ik toch mee.

Tante Marie was een fenomeen. Ongetrouwd en oud. Ze droeg enorme hoeden, maar het meest indrukwekkend was wel haar cape van apenbont. Ik kon mijn ogen en handen er niet vanaf houden. Mijn kennis van haar levensgeschiedenis is brokkelig. Ze was een zus, ik denk, half zus, van mijn opa.  Zij was lange tijd in Engeland en Zwitserland, bij aristocratische families. Waarschijnlijk moest er een schuld ingelost worden. Er werd wel eens een baron van Pallandt genoemd in dit verband. Maar het fijne weet ik er niet van. Er is helaas ook niemand meer die ik hier nog naar vragen kan. Wat ik me goed herinner is dat zij altijd als kokkin en gezelschapsdame gewerkt heeft.

Kijkend naar Downton Abbey, stal vooral Beryl Patmore,  de drukdoende kokkin in de keuken, mijn hart. Tante Marie was ook zo klein, gedrongen, goedhartig en daadkrachtig.

Mijn tante Marie ging in 1924 voor het eerst naar Engeland. Haar moeder, mijn overgrootmoeder, gaf haar dit beeld van de heilige Theresia mee. Ik denk dat het een boodschap was recht uit het hart van mijn overgrootmoeder. Ik vermoed dat zij daar lang over had nagedacht. Onder de voet van het beeld staat in getypte tekst geplakt dat Mary  (!) dit beeld  meekreeg van haar moeder op 10-10-1924. In de voet van het beeld zit een relikwie van de heilige Theresia van Lisieux.

Deze Theresia heeft op mijn kast de mooiste plaats, pas daarnaast komen Boedha, Ganesha, Durga en Shiva. Tante Marie had geen rolkoffer toen Theresia in haar bagage meereisde. Dat moet nog flink sjouwen geweest zijn.

Met Boedha, Ganesha, Durga en Shiva ging het vijftig jaar later in de rolkoffer waarschijnlijk heel wat gemakkelijker. Zij rolden aan een pink met mij mee.