Betoverend

Vanmorgen wandelde ik bij Ruinen het bos in op weg naar de hei. Het bos was nat en stil. Het weer was grijs. Er liep verder niemand op de modderige paden. De honden weten precies de weg en kiezen langs modderpoelen steeds de beste route. Ik hoef er alleen maar achteraan te lopen. Er staat veel sterremos. Elke wandeling pluk ik 1 stengeltje met bovenop 1 sterretje dat geurt zoals het hele bos. We liepen over de lange, smalle brug die een jaar of wat geleden werd aangelegd, om doorgang met droge voeten te kunnen houden. Het bos is nu een overloopgebied geworden en staat in de wintermaanden meestal voor een groot gedeelte onder water. Gogo de dwergteckel stapte eens, toen ze nog maar een maand of drie oud was, pardoes van de brug af  het donkere water in. Ik kon haar daar met geen mogelijkheid uit tillen, de afstand tussen de brug waarop ik stond en het water was te groot. Dus ze moest zwemmen en dat deed ze; als een razende peddelde ze met haar kleine pootjes naar de kant, naar het einde van de brug. Ze schudde zich en trippelde verder, alsof er niets gebeurd was, terwijl het ook nog heel koud was. Het overlopende water dat vanaf de hei, uiteindelijk naar Meppel stroomt, is volledig gereguleerd met kleine sluisjes die nauwelijks opvallen. Intussen regent het al weken en het was dan ook wel een beetje vreemd, dat het hele reservebekken droog stond. Ik miste het zwarte en de weerspiegeling van het bos. Thuisgekomen lees ik in de Verzamelde verzen van J.H Leopold (1886-1925). Lyrische tekst, uit een andere tijd, zingt haar taal; over bossen, planten, regen, het bitterzeere,  over vroeggegriefden, stilte, grootte witte wolken en nog veel meer:

“De regen trilt

over het spiegelen, spiegelen; tilt

hij nu niet zijn kabbelvoetjes

in babbelgroetjes

weg over het water, dat lage mild

neergelegene, een vloer, die blank

te voeten ligt in een koningszaal”

En zo gaat verder, bladzijde na bladzijde.

 

 

Een zwemmend bos, als een koningszaal met een drogevoeten brug.  Betoverend is het; dat bos en de gedichten van Leopold. De ‘babbelgroetjes’ vind ik trouwens op de een of andere manier weer heel erg van deze tijd.