Net Ikea

De aller heetste dagen van deze zomer brachten wij door in het academisch ziekenhuis in Groningen. Een enorm gebouw met brede straten en winkeltjes, restaurants, koffiecorners, hoekjes en bankjes. De Fonteinstraat, met een echte fontein en de Poortstraat zijn overkoepeld met glas. Aan elke zijde zijn ruime, poliklinische units en daarop, drie hoog, verpleegafdelingen met uithangende balkons. Op de balkons kun je zitten met zicht op de brede, lange straten. Het is overal heel licht en in bijna elk gedeelte van deze ministad kan van kunst genoten worden.

Er zijn veel mensen, de meesten zijn oud, of heel oud. Bijna iedereen die jong of tamelijk jong is loopt in witte jas en broek of in werkkleding van de catering, huishouding of technische dienst.  Golfkarretjes rijden heen en weer met degenen die de afstanden niet meer op eigen benen kunnen overbruggen.

In een zijstraat is een kleine boekenwinkel, waar ik van mijzelf bij elk bezoek één boek mag kopen. Daarin ga ik dan lezen op de bank tegenover de counter met schepijs. Al lezend verdwijn ik in het gedruis, maar als er een rolstoel in mijn ooghoek verschijnt moet ik altijd toch even kijken.  Wanneer degene die dan langs geduwd wordt er erg ziek uitziet, wat nogal eens het geval is, troost mij dat enigszins. Ja, want het kan dus altijd nog erger en ik realiseer me hoe een vreemd menselijke trekje dit wel niet is.

Naast mij staat een echtpaar, zij likken genoegelijk aan een ijsje.  ‘Het is hier net IKEA,’ zegt de man.  Ja een rake observatie. Dat hele grootte, dat efficiënt, gestroomlijnde in strakke huisstijl. Dat enorme vele, uiteenvallend in eindeloos veel afdelingen. Alles gedigitaliseerd, geprotocoleerd en thema bij thema.

Het is fantastisch, echt, en ook prachtig. Alleen bij Ikea proberen ze je zolang mogelijk binnen de deuren te houden en in het ziekenhuis sta je zo snel als maar mogelijk is weer buiten.

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *