Maandelijks archief: september 2018

Overspronggedrag dat pijnlijk plat valt in een jijbak

Vorige week keek ik naar de Algemene Politieke Beschouwingen. Het beeld van de tweede kamer met de blauwe stoelen, de groene vloerbedekking, de aflopende helling die de leden van de kamer moeten nemen als ze naar de interruptiemicrofoon gaan, dat vind ik boeiend. De kalme bedding die kamervoorzitter Khadija Arib schept met haar aangename stem en de nauwelijks merkbare, maar toch speciale intonaties. De orde van de kamer die bepaalt hoe lang, in welke volgorde, door wie gesproken wordt en hoe interrupties behoren te verlopen. Dat alles is aangenaam voorspelbaar, terwijl ook de inhoudelijke boodschappen in  grote lijnen al duidelijk zijn. 

Ik wachtte op overspronggedrag.

Op een website voor hondenliefhebbers, http://doggo.nl  kwam ik een mooie omschrijving tegen: ‘Binnen de psychologie en biologie wordt overspronggedrag gedefinieerd als gedrag dat ontstaat vanuit een innerlijk conflict en dat geen direct verband lijkt te houden met de situatie waarin het mens of het dier zich bevindt. Het conflict heeft meestal betrekking op het gelijktijdig ervaren van twee tegenstrijdige impulsen, zoals tegelijk toenadering willen zoeken en willen vluchten. Omdat er niet aan allebei de impulsen kan worden toegegeven, wordt er vaak een derde, meer neutraal gedragssysteem geactiveerd. De energie die wordt opgewekt door het conflict zoekt als het ware een andere weg naar buiten en springt daarbij over naar gedrag dat niet echt relevant is voor de situatie. Het is in feite een soort uitlaatklep.’ De belangrijkste ontdekker van dit mechanisme is de Nederlandse etholoog Adriaan Kortlandt (1918-2009). Ter ere van hem staat in dierentuin Artis nog altijd het ‘oversprongbankje’, waarop hij vele uren heeft doorgebracht.’

Er gebeurde waar ik op wachtte. Wilders en Kuzu beiden uitermate gretig om elkaar te vloeren, maakten van die kleine, geagiteerde stapjes achter de microfoon,  zetten  meerdere keren de microfoon recht, die al recht stond en schoven aan hun papieren. Hun lichaamstaal werd ondersteund door een vloed van woorden, ogenschijnlijk vriendelijk en beheerst, maar in feite giftig en voor de situatie van Algemene Beschouwingen volstrekt irrelevant.  De een riep dat de ander moest oprotten en de ander riep vervolgens;’ rot jij zelf maar op.’ Kamervoorzitter Arib mengde zich niet in dit jijbakken. Dat is ook het advies op doggo.nl: niet ingrijpen bij overspronggedrag.

 

 

Een sprakeloze vis die waarheid spreekt

M.Vasalis is een van de meest geliefde dichters uit het Nederlands taalgebied. Zij werd geboren als Margaretha Leenmans in 1909 en overleed in 1998. In haar biografie is veel niet eerder gepubliceerd materiaal uit het familiearchief te vinden.* De biografe van Vasalis, Maaike Meijer, schreef met schroom over haar omdat, ‘ Vasalis de publiciteit schuwde, nooit interviews gaf en waakte over haar privéleven en dat van haar vrienden en patiënten.’  Zij was moeder en kinderpsychiater. Toen ze de P.C.Hoofdprijs ontving 9 december 1983  zei Vasalis aan het slot van haar toespraak, ‘ De dichter is thuis. U kunt hem daar bezoeken, langs de touwladder van zijn woorden.’ Zij was toen 74 jaar oud en had lange tijd niet meer gepubliceerd. Haar derde en laatste dichtbundel verscheen in 1954.**

Vasalis vind ik een prachtig pseudoniem. Misschien ook wel omdat de naam zo gemakkelijk onthoudt. Net zoals de overbekende regels; ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn,’  uit het gedicht Sotto voce.  Vasalis (latijns) betekent ‘ van de vazal.’ Haar vader gebruikte voor zichzelf ooit ‘de vazal’- als synoniem van Leenmans. Een grappig weetje uit de biografie.

‘De rode draad in haar leven is het overweldigend geschenk én het tergende verlies van scheppingskracht,’ schrijft Maaike Meijer in haar voorwoord. Familie, gezin, werk en sociaal leven waren alles absorberend. Pas op hoge leeftijd herwon zij haar creativiteit terwijl zij – zoals elke oudere – velen om haar heen verloor. Tijdens het ziek zijn en overlijden van een goede vriendin  schreef zij gedichten die voor het eerst in de biografie werden gepubliceerd. Een van die gedichten volgt hierna. Ik kon niet goed achterhalen of dit gedicht een titel meekreeg. Maar omdat het beeld van ‘de sprakeloze vis,’ mij zo raakt, heb ik dat in deze blog naar voren gehaald.

______________

Dan spreekt in mij de sprakeloze vis  

 ______________________

Ik wacht en wacht – vervreemd, gespannen

zoals ik vroeger wachtte op mijn vriend

maar met meer angst, minder verlangen.

En in mijn hoofd volstrekte stilte, geen signaal

van mij naar mij, geen teken en geen taal.

 

Dan spreekt in mij de sprakeloze vis

de waarheid – zonder haar te kennen –

niet: hoe het zijn moet, maar: zoals het is.

Hoe diep, hoe heel veel dieper moet ik gaan

om hem, om mij weer eindlijk te verstaan.

_____________

 

* ‘M. Vasalis 

Een biografie’

 door Maaike Meijer

uitgegeven bij van Oorschot in 2011 

** ‘Vergezichten en gezichten.’ de derde dichtbundel 1954

nog verkrijgbaar via boekwinkeltje.nl

Boeddha ben jezelf

Als je op de Noorder Poort* bent en door het land rond de boerderij wandelt kom je min of meer toevallig een beeld van Boeddha tegen. Het beeld staat aan de achterkant van de boerderij enigszins verborgen bij een oude houtwal met doorkijkjes naar de kinhin* paden, die de weilanden doorsnijden. Het beeld komt uit China en staat hier al zo’n tien jaar. Het werd destijds gekocht in een winkel in Amsterdam en geschonken door Ciska Matthes* en haar moeder Henriette.  ‘Het was nogal wat om het zware beeld in een kleine auto naar Wapserveen te brengen,’ vertelt Ciska. ‘Gelukkig was daar een sterke man, Nitiman, die samen met anderen de Boeddha op de sokkel wist te plaatsen.’ 

Vele jaren later tijdens een retraite komen meerdere toevalligheden samen. De houten sokkel onder het beeld is aan vervanging toe. Barbara, een van de deelnemers aan de retraite wil in haar tuin, thuis de flagstones vervangen, omdat de baby die op komst is straks in het gras moet kunnen spelen. En Ciska die de retraite leidt, vindt al langer dat er iets met de sokkel moet gebeuren. Nu zijn de flagstones naar de Noorder Poort getransporteerd en tijdens de retraite is de oude sokkel vervangen.

Op de tweede zaterdagmiddag in september staat een stille groep retraitedeelnemers bij het beeld, om de Boeddha zittend  op de troon van flagstones, plechtig in te wijden.  Jiun Hogen Roshi, de zenmeester van de Noorder Poort spreekt en buigt, plaatst een brandend wierookstokje bij het beeld en leidt de recitaties*.

Het is stil, zo stil als het beeld van de Boeddha.

Het spreken is stil. Het buigen is stil. Het reciteren is stil. De bel klinkt en toch is het stil. Het Ma ka han nya* klinkt op langs de gevel van de boerderij en het blijft heel stil. Na het reciteren wordt Iedereen uitgenodigd  om een eigen wierookstokje bij het beeld te zetten, waarna de plechtigheid wordt beëindigd.  

Ja, het was werkelijk, – een staan bij het beeld om je de Boeddha in jezelf te herinneren -. 

‘Want daar gaat het om,’ zegt Ciska in het gesprek dat ik met haar heb. ‘Het gaat om de Boeddhanatuur in je zelf, daarop moet alles gericht zijn.’  ‘Het beeld is een beetje verborgen en dat vind ik heel mooi,’ zeg ik.  Waarop Ciska vol vuur zegt; ‘Ja, je moet het zien, je moet er oog voor hebben. Boeddha ben jezelf.’

We sluiten het gesprek af waarbij Ciska wenst, ‘Moge dit beeld, de mensen die het zien helpen om de tijdloze stilte in zichzelf te vinden.’

*Kin Hin, meditatief lopen

*Recitaties, oude teksten, half zingend, hardop uitspreken

*Ma ka han nya, aanhef van de Hartsoetra

Een hole in one

Een hole in one. Gisteren maakte ik het mee, zag het helemaal gebeuren. Vanaf de afslag suisde de bal in rechte lijn naar de green, kwam neer, rolde iets naar rechts, weg uit de kaarsrechte lijn en toen weer terug naar de vlag, waar hij verdween, in de hole.

Ja, in de hole.

‘Een hole in one,’ juichte ik. Maar mijn flightgenoot die de hole in one sloeg kon het niet geloven. ‘Ga dan mee kijken,’ riep ik ‘het is echt ’n hole in one.’  ‘Nee, sla nu eerst maar gewoon zelf, dan zien we het zo dadelijk wel,’ was de reactie. En dat deed ik. Ik sloeg zelf maar had geen idee waar mijn eigen bal terechtkwam. Want ik kon niet wachten, omdat een hole in one eigenlijk, zeg maar,  bijna niet voorkomt en omdat ik wist dat ik gelijk had en het dit keer ook zou krijgen

Daarmee heb ik intussen wel wat ervaring opgedaan, met variaties rond gelijk hebben. Het gelijk wel krijgen. Het gelijk niet krijgen. Of het gelijk dagen, weken of jaren later, al dan niet stilzwijgend, alsnog wel of niet krijgen. Maar dit keer was het overduidelijk. Ik had gelijk, de bal lag met één slag vanaf de afslag in de hole.  Een life event in de golfwereld. Het lukt een middelmatige speler, 1 op de 12.700 keer, las ik online ergens. Duizenden en duizenden keren lukt het niet om dit doel te bereiken. Daardoor ook durfde mijn golfvriendin, ‘het niet te geloven,’zei ze een beetje verontschuldigend, toen ik riep, ‘nou, nou, wat zei ik?’

 

Golf bestaat uit heel veel standaardhandelingen en regels.  Het is niet zo maar een spelletje. Je moet echt wel wat kunnen en  wat zijn. Na een poosje meedraaien in bijvoorbeeld de marshalfunktie kun je hierover veel  grappige en interessante anekdotes vertellen. De marshal heeft namelijk als taak toezicht te houden op het goede spelverloop.  En over wat goed spelverloop is, over wat je kunt en over wat je bent of denkt te zijn, kan heel verschillend gedacht worden.

Met de hole in one nog vers in mijn geheugen las ik vanmorgen met plezier de column van Bert Keizer over standaardhandelingen die merkwaardigerwijs, schrijft hij, ineens overgaan in heel andere handelingen. Dit heet overspronggedrag. De teckels bijvoorbeeld gaan geeuwen als er plotseling iets anders van ze gevraagd wordt dan zij zelf hadden bedacht. Dit geeuwen is overspronggedrag, leerde ik toen ik de wanhoop over het gedrag van de teckels nabij was. ( blog teckelcollege 23 juni 2017)

Een golfspeler die ambitieus, zo goed mogelijk de bal probeert te raken en inplaats daarvan  diep in het gras hakt, vertoont overspronggedrag. Dat overspronggedrag kan varieren van wijselijk beheerst, een beetje schaapachtig lachen, tot boos onbeheerst nog een keertje extra in het gras hakken. Voorbeelden van het verbaal uiten van overspronggedrag tijdens het golfspel laat ik hier verder achterwege.

Overspronggedrag ontstaat dus in situaties waarin je als mens of dier geen kant meer uit kunt, wanneer er geen ruimte is om te doen wat je zou willen, zoals een mooie bal slaan en in plaats daarvan in het gras hakken. De energie bedoelt om de prachtige swing uit te voeren, moet onvermijdelijk en ongewild, langs een andere weg worden afgevoerd. Bij mijzelf merk ik tijdens het golfen regelmatig overspronggedrag op en als ik dan vervolgens niet goed oplet, dan vind ik ook daar nog weer iets van. In een spanningsboog zoals deze komt  – a hole in one- bepaald niet dichterbij. Mogelijk worden onder andere hierdoor zo weinig -holes in one- geslagen.

 

*Met dank aan Bert Keizer voor zijn column over ‘De soldaat en de Versuvius’, in Trouw op vrijdag 7 september 2018

 

 

 

 

Harari, 21 lessen voor de 21 ste eeuw

Het nieuws over het derde boek van Harari:  ’21 lessen voor de 21 ste eeuw’ was  dit weekeinde groot nieuws.  Eigenlijk onvoorstelbaar, in de Trouw en NRC werden twee volle pagina’s aan de 21 lessen besteed en toevallig zag ik dat de Hindustan times, zelfs een derde van de voorpagina met ook nog een grote foto vulde . In de eerste uitzending van Buitenhof na de zomer, werd bijna alle tijd aan dit derde boek besteed.

Yuval Noah Harari doceert geschiedenis aan de Hebreewse universiteit in Jeruzalem.Twee eerdere boeken, Homo Sapiens en Homo Deus waren al spraakmakend. Spraakmakend, omdat in briljante, helderheid, de belangrijkste gebieden, in het gaan en voortgaan van de mensheid, beschreven werden. Vorig jaar schreef ik in een eerdere blog over Homo Deus. (zie 22 maart 2017) .

En nu, lezend in  ’21 lessen voor de 21 ste eeuw’, ben ik opnieuw verbluft en onder de indruk van de heldere beschrijvingen op macro en ook micro niveau, van waar het wringt, misgaat, of mis kan gaan. Dit alles compact, in heel grootte, samenvattende streken.

Ik zie nog niet zo goed wat nu precies de lessen zijn in het boek. Maar al heb ik het boek nog niet uit, er is wel iets veranderd. Dit is dan natuurlijk wel een les realiseer ik me. Mijn besef van hoe gigantisch  en complex de dynamiek van – het mensheid zijn-  is, heeft zich verdiept, al kan ik het niet bevatten.

De onvoorstelbare Technologische Uitdagingen beschreven in deel een,  beperken zich op mijn individuele niveau zo ongeveer tot nieuwe programma’s bij de banken en het braaf volgen van nieuwe stappen, die worden geeist om digitaal te kunnen blijven betalen. Maar het idee dat er misschien over dertig jaar een enorme massa van nutteloze mensen is ontstaan, door onder andere, robotisering en verdere technologische ontwikkelingen is een angstwekkend idee.  Om over datamanipulatie, in positieve en negatieve zin, en de inwerking daarvan tot in het diepst van de haarvaten van het menselijk leven, nog maar te zwijgen.

In deel twee gaat het over de Politieke Uitdagingen in deze tijd. Ja, ik volg de politiek wel zo’n beetje, in de wetenschap dat veel individuutjes samen, via de politieke weg echt wel iets te weeg kunnen brengen. Maar toen Trump tot president gekozen werd, was er toch een moment dat ik alle vertrouwen in de voortgang van de mensheid even kwijt was. Ik nam mede hierom destijds een kloek besluit en ging een week lang mediteren. Daarna kon ik zelfs het verschijnsel Trump onder ogen zien.

Deel Drie van de 21 lessen gaat over Hoop en Wanhoop. Dit deel heb ik nog niet gelezen, omdat deel vier en  deel vijf me meer aantrekken. Deel vier gaat over Waarheid en deel vijf over Veerkracht. Hier schrijft Harari ondermeer over de Vipasana- techniek. Verrast las ik en zag op you tube* dat hij dagelijks, intensief mediteert en dat hij zonder deze discipline niet tot het schrijven van zijn boeken had kunnen komen.

Nu moet ik in deel drie nog lezen, over Hoop en Wanhoop en moet ik, ja, moet ik, dagelijks mediteren om het venster naar de werkelijkheid open te houden.  De werkelijkheid van zoals ‘het’ is, en niet van zoals ik graag zou willen dat ‘het’ is.

* zie ook: “Harari on vipassana”  het tweede bericht van vandaag 4 september